In Nederland moet iedere berijder van een bedrijfs- of leaseauto bijtelling betalen. Afhankelijk van het betreffende voertuig wordt er een percentage van 14, 20 of 25% van de cataloguswaarde van het voertuig opgeteld bij het inkomen van de werknemer. Deze belastingverhogende maatregel wordt maandelijks verrekend met de loonbelasting van de werknemer.
Een werknemer heeft het hele jaar een leaseauto ter beschikking gekregen met een cataloguswaarde van €30.000,-. De werknemer rijdt meer dan 500 kilometer voor privé-doeleinden met deze auto en moet dus bijtelling betalen, in dit geval 25% (woon-werkverkeer wordt aangemerkt als zakelijk gebruik). De bijtelling die deze werknemer per maand moet betalen is dan:
25% van €30.000,- = €7500,- per jaar/ €625,- per maand.
Er wordt per maand een bedrag van €625,- opgeteld bij het inkomen, waarover dus ook extra belasting betaald moet worden. Stel dat deze werknemer hierover 42% belasting moet betalen, dan zijn de netto maandlasten voor dit voertuig 42% van €625,- = €262,50. Dit betekent dat deze werknemer per jaar €3150,- (12 x €262,50) betaalt voor dit voertuig.
Uiteraard is het mogelijk om bij de Belastingdienst een vrijstelling te krijgen voor het betalen van bijtelling door aan te tonen dat er met het voertuig minder dan 500 privékilometers per jaar zijn gemaakt. Dit kunt u aantonen met het aanvoeren van een sluitende rittenregistratie.
In de praktijk blijkt dat er nog veel onduidelijkheid is rond het voeren van een rittenregistratie. Hieronder wordt kort uitgelegd in welke gevallen er een rittenregistratie bijgehouden dient te worden:
Bij een auto van de werkgever gaat het niet alleen om een auto die daadwerkelijk eigendom van uw werkgever is. Ook in de volgende gevallen wordt uw voertuig aangemerkt als auto van de zaak:
Rijdt u met uw eigen auto en krijgt u alleen een vergoeding van € 0,19 per kilometer voor zakelijke ritten van uw werkgever? Dan is er geen sprake van een auto van de werkgever.
Te nemen stappen om bijtelling te voorkomen: